Reizen is het nieuwe roken? Niet meer reizen is misschien wel schadelijker

Door Marius Appelman, oprichter Riksja Travel

“CO2 compenseren kan niet!”, stelde Kassa recent. Het was een onderstreping van de boodschap die het VPRO-programma Tegenlicht vorig jaar al verkondigde: “Reizen is het nieuwe roken.” De Correspondent noemde in een artikel de schade die reizen toebrengt ‘een ongemakkelijke waarheid’ en daar hebben ze een punt. Want de feiten liegen er niet om: in 2016 stootte de luchtvaartsector 13 megaton CO2 uit en er is nog geen noemenswaardig alternatief. Het aantal vluchten zal de komende jaren alleen maar toenemen.

Met het groeiende bewustzijn hoeveel CO2 we nu daadwerkelijk elke vakantie met z’n allen uitstoten, groeit ook de kritiek op de reisbranche. En aangezien dit een reëel probleem is zonder simpele oplossing, kunnen we niet anders concluderen dan dat we met al onze reizen de wereld om zeep aan het helpen zijn. Maar is dat wel zo?

Allereerst: nee. CO2 is terecht een hot topic en het is goed dat de bewustwording en aandacht ervoor groeit. Sterker nog: het is noodzaak. Maar waar de schoen wringt is het feit dat we niet kijken naar de bredere discussie over de gehele impact van reizen – zowel positief als negatief. Alleen al economisch: de reisbranche is goed voor 9% van het BNP en 15% van de wereldwijde werkgelegenheid. Afschaffen daarvan betekent nogal wat voor kwetsbare landen.

CO2-neutraal versus CO2-compensatie

De realiteit is dat de reisbranche de komende jaren schade zal blijven aanrichten. De gemiddelde uitstoot van onze verre reizen bedraagt 2,7 ton CO2-uitstoot per persoon. Dat is niet gering: het bedraagt ongeveer een kwart van wat een Nederlander gemiddeld per jaar uitstoot.

Waar veel media echter de fout mee ingaan, is om CO2-neutraal reizen te verwarren met CO2-compensatie. CO2-neutraal reizen is op dit moment nagenoeg niet mogelijk; CO2-compensatie echter wel. Dat betekent dat we de koolstofdioxide in de atmosfeer onderaan de streep niet laten toenemen als gevolg van een reis.

Directe compensatie

Er zijn al verschillende reisorganisaties die binnen de ANVR samenwerken met de South Pole Group om ervoor te zorgen dat de CO2-uitstoot van hun reizen in hetzelfde jaar nog gecompenseerd wordt. Dat gebeurt door een deel van de omzet directte investeren in duurzame energieprojecten wereldwijd, zoals energiezuinige kooktoestellen, waterkrachtcentrales en bosbescherming. Deze activiteiten zorgen er niet alleen voor dat de CO2-uitstoot gecompenseerd wordt, maar zorgen ook voor nieuwe werkgelegenheid en veiliger leefomgevingen. Een enorm belangrijke ontwikkeling, zeker als je bedenkt dat een reisorganisatie als Riksja Travel alleen al in 2018 verantwoordelijk was voor de uitstoot van zo’n 36.000 ton CO2. We hebben dit echter in hetzelfde jaar geheel kunnen compenseren, door bijvoorbeeld 15.000 mwh duurzame energie op te wekken voor meer dan 2.600 huishoudens en ruim 600 hectare tropisch regenwoud te beschermen. Dat is maar liefst 400 voetbalvelden.

Natuurlijk zou het beter zijn voor het klimaat om helemaal niet te vliegen, maar dat zie ik niet als realistische – of zelfs verstandige – optie. Reizen heeft een hele brede impact op tal van factoren. We moeten wel hard aan het werk gaan om de negatieve effecten te verminderen. Hoe meer reisorganisaties in de branche meedoen, hoe meer verandering we teweeg kunnen brengen. En CO2-compensatie is pas het begin van wat er mogelijk is.

Exponentiële technologische groei

Lossen we daarmee alles op? Nee. Maar ik geloof er niet in dat het CO2-probleem opgelost gaat worden door reizigers een schuldgevoel aan te praten omdat ze iets van de wereld willen zien. De industrie zelf zou haar verantwoordelijkheid moeten nemen. Ik zie een parallel met biologische producten. Als de supermarkt besluit alleen maar biologisch vlees te verkopen dan zal de consument daar in mee gaan. Maar als het schap vol ligt met verleidelijke goedkopere alternatieven dan blijft biologisch lang marginaal.
Om ervoor te zorgen dat we in de toekomst kunnen blijven reizen, zullen we moeten kijken naar alternatieve mogelijkheden. We leven in een tijdperk van exponentiële technologische groei, waar vandaag al zóveel meer mogelijk blijkt dan gisteren. Als voorbeeld: denk je dat we twintig jaar geleden hadden kunnen bevroeden dat er vandaag de dag wereldwijd 1,3 miljoen elektrische auto’s rond zouden rijden? In de komende decennia wordt dit aantal waarschijnlijk zo’n duizend keer zo groot. Denk je dan dat de batterijen daarvan niet mee-evolueren? Ik denk dat elektrisch vliegen veel sneller binnen bereik is dan waar nu vanuit wordt gegaan. Voordat het zover is moeten we echter niet op onze handen blijven zitten.

Op betrokken manier reizen

Reizen is voor mij juist de ultieme manier geweest om bij te dragen aan een mooiere wereld. De sociale impact van reizen zou in de discussie net zo zwaar moeten wegen als CO2. Als we oorlogen, onbegrip en een kloof tussen culturen willen voorkomen, dan is er een inherente noodzaak voor reizen. Reizen en contact met andere culturen zorgt voor meer onderling begrip. We hebben dat hard nodig om ons in elkaar te kunnen verplaatsen en wereldwijde problemen te kunnen oplossen. Maar dat gaat vooral op als we op een betrokken manier reizen; dus liever geen all-inclusive resorts of grote hotelketens, maar kleinschalige slaapplekken, gerund door locals. Liever geen excursies waarbij grote maatschappijen profiteren van het geld, maar activiteiten die worden georganiseerd door de mensen ter plaatse, waarbij het geld rechtstreeks naar hen toe vloeit.
We moeten onze bestaande reisconcepten verduurzamen, of dat nu is door lokale projecten te ondersteunen, te kiezen voor ecolodges en schoon vervoer of zelf slaapplekken te creëren die duurzaam zijn en werkgelegenheid creëren. Daarbij ben ik een voorstander van de vliegtaks zolang het niet de staatskas spekt, maar het ten behoeve komt van duurzame innovatie, zoals schonere vliegtuigen en biobrandstof. Ik denk ook dat we echt serieus werk moeten maken van een vliegveld in zee.

Bijdragen aan een betere wereld

Een van de grootste uitdagingen is na te denken over nieuwe reisconcepten die vanuit de basis bijdragen aan een betere wereld. Een voorbeeld daarvan is het Travel Impact Lab: een platform dat nieuwe ondernemers de kans biedt om nieuwe reisconcepten te lanceren met positieve impact voor zowel mens als milieu, terwijl ze ondersteund worden en profiteren van de kennis – en financiële middelen – van de oude rotten in het vak.

Er zijn tal van mogelijkheden om reizen positief te laten zijn, als je je ogen er maar voor opent. Thuis op de bank blijven zitten omdat reizen slecht zou zijn, lijkt mij de armoedige weg. De wereld heeft onze betrokkenheid nodig. Laten we aan het werk gaan om dat op een meer verantwoorde manier vorm te geven.